Echt veranderen: hoe doe je dat?

Eens nam ik in het kader van een veranderprogramma deel aan een leiderschapstraining over “confronteren”. We waren het roerend eens: ons bedrijf zou effectiever zijn als we elkaar vaker zouden aanspreken op onacceptabel gedrag. Tegelijkertijd stelden we vast dat we de reactie van de ander soms zo vrezen dat we de confrontatie maar bij voorbaat uit de weg gaan. Of dat we de ander zo omzichtig aanspreken dat de boodschap niet over komt.

Vanaf nu doen we het anders

Goed, dat gingen wij vanaf nu dus anders doen. We keken elkaar diep in de ogen en beloofden dat we bij de eerstvolgende situatie over onze schroom heen zouden stappen en de confrontatie aan zouden gaan. Je voelt het misschien al aankomen: er veranderde niks.

De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen

Hoe komt het dat je met goede bedoelingen vaak niet verder komt dan die bedoeling? Brene Brown heeft in haar onderzoeken ontdekt dat je makkelijker een risico durft te nemen als je weet hoe je weer op kunt staan als je onverhoopt ten val komt. Ze vergelijkt het met parachutisten; die besteden voor hun eerste sprong veel tijd aan het oefenen met springen van een keukentrapje en leren dan hoe ze kunnen landen zonder zichzelf te bezeren. 

Wat heb je nodig om te veranderen

Het is een beetje een open deur, maar om te veranderen zijn “willen” en “kunnen” nodig.  Veranderprogramma’s die zich op één van deze twee richten, hebben minder kans van slagen dan wanneer aan beide aspecten wordt gewerkt. Om de goede bedoelingen om te zetten in actie is het belangrijk dat jij en je medewerkers de daarvoor noodzakelijke praktische vaardigheden leren.

Het keukentrapje op

Ik geloof in oefenen met nieuw gedrag of vaardigheden en zodat je leert hoe je dat doet zonder jezelf (of de ander) te bezeren. Voor je de verandering in de praktijk van het echte leven brengt, moet je tijd besteden aan het leren van de techniek waarmee de kans op een slechte landing zo klein mogelijk wordt. Maar ook aan wat je kunt doen om weer op te staan als je toch een keer valt. En vooral ook aan het oefenen met voorbeeldsituaties waarin de valhoogte beperkt is. Springen vanaf het keukentrapje dus.

Confronteren kun je leren

Terug naar het voorbeeld van confronteren. Als je iemand aanspreekt met behulp van een technisch juist geformuleerde ik-boodschap en overschakelt op actief luisteren als de boodschap niet helemaal lekker valt, dan zal je merken dat confronteren helemaal niet zo eng meer is. En dan is de goede bedoeling omzetten in actie nog maar een kleine stap.

Voor de organisatie waar ik werkte heeft het veranderprogramma onvoldoende effect gehad omdat te weinig aandacht is gegeven aan het leren van de benodigde vaardigheden. Wil jij wél een echte verandering in jouw organisatie? Eén waardoor medewerkers eerlijker met elkaar communiceren, ook als het een lastige boodschap betreft? Neem dan contact op voor de mogelijkheden.

Smoesjes

Ik probeer mijn kinderen de waarden die ik belangrijk vind voor te leven. Dus als ze bij de slager een stukje worst kregen, of bij de bakker een halve krentenbol, dan zei ik “dank je wel”. En na verloop van tijd gingen ze dat ook zelf zeggen. Soms spontaan, soms nadat ik ze had verteld dat als je iets krijgt en daar blij mee bent, je dat niet alleen kunt laten blijken door een blij gezicht, maar ook door dank je wel te zeggen.

Spannend

Er zijn momenten dat ze iets niet zo goed durven. Bijvoorbeeld aan de juf vragen of ze alsjeblieft een ander boek mogen lezen omdat ze het boek dat ze hadden gekozen toch echt heel stom blijkt te vinden. Of de eerste keer naar een proefles voor een nieuwe sport. Er zijn allerlei redenen te bedenken om die proefles toch maar niet te doen . Met als belangrijkste argument dat deze sport waarschijnlijk toch niet zo leuk zal zijn.

Ook spannend

Een tijdje geleden werd ik uitgenodigd voor een leuke netwerkbijeenkomst. Ik meldde me enthousiast aan. Maar toen de datum van de bijeenkomst dichterbij kwam, kwamen er allerlei redenen bij me op die me vertelden dat het helemaal geen goed idee was om erheen te gaan. Eigenlijk had ik geen tijd, het programma was ook niet zo interessant en het was ook nog eens een heel eind rijden.

Uitvluchten en smoesjes

Ineens besefte ik dat precies aan het doen was wat ik probeer mijn kinderen “af te leren”. En ik bedacht me dat als ik van hen vraag om toch over al die drempels heen te stappen, ik dat zelf moet voorleven. Dus tijdens het avondeten vertelde ik dat ik later die week een bijeenkomst had. Die hartstikke leuk en nuttig is en waar ik dus heel graag heen wilde, maar waar ik tegelijkertijd een beetje tegenop zag. Omdat ik er niemand kende en vreesde dat ik in mijn eentje in een hoekje zou staan. En dat ik allerlei redenen aan het bedenken was om er toch maar niet heen te gaan.

Hulp

Ik vroeg aan hen of ze me wilden helpen. Als ik met een reden zou komen waardoor ik niet naar de bijeenkomst zou kunnen, zouden zij me dan willen vragen of dat misschien een smoesje was? En me willen vertellen dat het spannend is, maar dat ik er graag heen wilde omdat het me nieuwe vrienden op kan leveren?

Je smoesje herkennen

Het interessante is dat ik vanaf dat moment bij elke keer dat ik een goede reden had om niet te gaan, zelf al dacht: dat is dus een smoesje!  Ik deelde de smoesjes met mijn kinderen en ze beaamden elke keer: maar je gaat er toch heen, hè mama, want het is leuk en nuttig en je wilt er heel graag heen.

Wat weegt het zwaarst?

Dus ging ik naar de netwerkbijeenkomst, met een gespannen gevoel in mijn buik. En het was leuk en nuttig. Maar bovenal was het een overwinning op mezelf. En ik weet nu dat het helpt om de onzekerheden en belemmeringen die ik voel te bespreken. Zodat ik ze kan benoemen voor wat ze zijn: smoesjes. En smoesjes wegen minder zwaar dan mijn doelen en ambities.