Conflict oplossen? Kijk verder dan botsende oplossingen.

Conflict oplossen? Kijk verder dan botsende oplossingen

Herkenbare discussie? Ik had vandaag een vergelijkbaar gesprek. Er gaat iemand vertrekken en we bespraken wat te doen met het ontstane gat in onze formatie. Voor we het wisten hadden we elk een andere oplossing bedacht die tegenover elkaar leken te staan. De één zei dat we sommige activiteiten (tijdelijk) moesten staken. Een ander wilde zo snel mogelijk de ontstane vacature invullen. En een derde vond dat we een administratief ondersteuner moesten aannemen. Hoe konden we dit conflict oplossen?

Patstelling

Er leek een patstelling te ontstaan, want ieder vond zijn voorstel de meest passende oplossing. En dat was precies het probleem: het waren oplossingen. In plaats van met elkaar te spreken over onze behoeften, over wat we nodig hebben om ons werk goed te blijven doen, gingen we elkaar proberen overtuigen van onze oplossing.

Van oplossing naar behoefte

Eigenlijk kun je alleen uit zo’n patstelling komen als je van de oplossingen terug gaat naar de behoeften. Als iedereen aangeeft wat hij nodig heeft, ontdek je vaak dat je meer met elkaar deelt dan je dacht. En kun je vervolgens samen op zoek naar een oplossing die voor iedereen past. Dat is misschien niet wat jij in eerste instantie had bedacht, maar lost wel jouw probleem op.

De verkoopbrochure-op-maat

Er was eens een team dat andere afdelingen ondersteunde in het maken van verkoopbrochures-op-maat. Het team kreeg zoveel opdrachten dat ze de brochures niet meer tijdig konden leveren. Daardoor voelden medewerkers steeds meer stress. En toen tijdens een teamvergadering één van hen uitriep dat er een extra collega bij moest komen, volgde er een vloedstroom aan wensen.

Gedeelde behoeften

Daaronder zaten behoeften die eigenlijk iedereen deelde:

  • we willen onze belofte waarmaken en elke brochure binnen de afgesproken tijd leveren,
  • niet structureel overuren maken,
  • niet eindeloos pingpongen met de interne klant over de opmaak van de brochure.

De oplossing was het beperken van het aantal keuzemogelijkheden voor de brochure-op-maat. Het team maakte een vijftal standaardsjablonen waardoor de ontwikkeltijd van een brochure korter werd.

Onoplosbare tegenstelling? Zo kom je eruit!

Zit je met je team in een situatie waarin tegenstellingen onoplosbaar lijken? Kijk dan nog eens goed naar die tegenstellingen. Gaat het om behoeften? Óf praten jullie over manieren waarop aan die behoeften tegemoet kan worden gekomen? En als blijkt dat het voornamelijk om oplossingen gaat, zoek dan naar de onderliggende problemen en behoeften. Vandaaruit kun je een passende oplossing zoeken en het conflict oplossen.

Kun jij oplossingen van behoeften onderscheiden? En ben je in staat om afstand te doen van je eigen oplossing om open te staan voor passende alternatieven? Als het antwoord op deze vragen een volmondig “ja” is, dan ben jij helemaal klaar om conflicten in je team effectief aan te pakken.

Of gebruik de whatsapp-contactbutton rechtsonder in het scherm.

Vijf voordelen van een open cultuur

Er wordt veel gezegd en geschreven over goed leiderschap en één van die dingen is dat een effectieve leider zorgt voor een open cultuur in zijn team. Maar wat is een open cultuur eigenlijk en waarom wordt het zo belangrijk gevonden?

Wat is een open cultuur?

In een open cultuur krijgen medewerkers veel verantwoordelijkheid en inspraak op de gang van zaken binnen de organisatie. Medewerkers hebben een stem en een gesprek is altijd mogelijk. In teams en organisaties met een open cultuur is ruimte voor ontwikkeling, eigen inbreng en mensen hebben hart voor het team.

En waarom is het belangrijk?

Maar waarom is die open sfeer dan zo belangrijk? Hieronder zet ik vijf voordelen voor je op een rijtje.

1. Effectief samenwerken

“Ze snappen toch wel dat dit belangrijk is?”. Nee, als je het niet vertelt dan snappen anderen niet dat iets belangrijk voor je is. Als jij open bent over jezelf, dan begrijpen anderen beter wat jij nodig hebt en belangrijk vindt. Zodat ze beter rekening met je kunnen houden. En openheid werkt aanstekelijk. Als jij open bent over jezelf, nodig je anderen als het ware uit om ook open te zijn over zichzelf. Jij en je team hebben begrip voor elkaar, kunnen rekening houden met elkaars behoeften en elkaar helpen wanneer dat nodig is. Effectieve samenwerking dus.

2. Optimaal teamresultaat

In teams waarin mensen zaken waar ze zich zorgen over maken met elkaar kunnen delen, heerst over het algemeen minder persoonlijke spanning. Niet alleen omdat er beter rekening wordt gehouden met elkaar, maar ook omdat mensen minder energie verliezen aan het verbergen van hun spanning. En als iedereen goed in zijn vel zit, kan het team optimaal functioneren en dat leidt weer tot de best mogelijke resultaten.

3. Minder problemen

Als mensen duidelijk zijn over wat ze nodig hebben van elkaar, zullen er minder vaak problemen ontstaan. Als jij aan je medewerkers laat weten dat je even ongestoord een belangrijke klant wilt bellen, dan is de kans groot dat je inderdaad niet gestoord wordt. En omdat jij en je medewerkers een open cultuur hebben, wordt er vroegtijdig aan de bel getrokken over dingen die minder soepel lopen. Zodat échte problemen worden voorkomen.

4. Problemen effectief oplossen

En áls er dan problemen ontstaan, worden ze sneller en effectiever opgelost. Want natuurlijk ontstaan er ook in een team met een open cultuur problemen. Maar doordat de vertrouwensbasis sterk is, en iedereen een stem in het gesprek heeft, worden problemen over het algemeen sneller aangepakt én effectiever opgelost. Zodat ze niet later alsnog weer boven komen drijven.

5. Leren en innoveren

Binnen een open cultuur is ruimte voor het maken en leren van fouten. Een open cultuur is gebaseerd op vertrouwen, waardoor mensen risico’s durven nemen en fouten niet vermijden. Fouten worden niet verstopt maar besproken. En er wordt van geleerd waardoor innovatieve en/of betere oplossingen en producten tot stand komen.

Ok, open cultuur, maar hoe dan?

Het klinkt natuurlijk allemaal best goed, zo’n open cultuur. Maar wát kun jij als leidinggevende daadwerkelijk dóen om zo’n cultuur te creëren en te behouden? Dat leer je in de online cursus “Creëer een goede werksfeer”. Hierin komen enkele basisvaardigheden aan bod waarmee je een open en veilige sfeer kunt creëren in je team, problemen kunt oplossen en voorkomen. Daarnaast maak je kennis met een methode waarmee je duidelijke en heldere doelen stelt.

Meer weten? Stuur me een berichtje of lees meer via de knop hieronder.

Verwacht een sneeuwbui

Vandaag wandelde ik door het besneeuwde park. Ik dacht terug aan een wandeling van twee jaar geleden. Er lag toen sneeuw en ik was op weg naar de markt. Om naar de markt te gaan kies ik graag de kortste route; eentje die me zo diagonaal mogelijk door het park leidt. En hoewel de wiskundige in mij weet dat dit een te optimaliseren probleem is, doe ik dat toch liever via trial-and-error. Want een wandeling door het park is ook gewoon genieten.

Van de gebaande paden af

Net als nu waren de paden niet allemaal even duidelijk zichtbaar. Dus koos ik op gevoel al zigzaggend een route. Soms vertrouwend op mijn innerlijke kompas, op andere momenten de voetstappen van anderen in de sneeuw volgend. Ik kwam op een voor mij toen nog onbekend punt het park uit en ontdekte dat ik dichterbij mijn einddoel was dan ik van tevoren had gedacht.

In patronen vervallen

Sindsdien heb ik deze route vaker genomen. In de opnieuw met sneeuw bedekte wereld viel me in dat wat toen nieuw leek nu een gebaand pad is geworden. Ik besloot ook  nu weer gewoon maar wat paden te kiezen, met mijn einddoel ergens in mijn achterhoofd. Het leidde tot een nieuw en mooi wandelrondje. Blijkbaar heb je een dik pak sneeuw nodig om je te realiseren dat je in patronen bent vervallen. En om jezelf uit te dagen nieuwe paden te verkennen.

Sneeuwbui

Eigenlijk is dit hetzelfde voor de dingen die je dagelijks doet. Je gaat ongemerkt steeds vaker over dezelfde weg. Daarom heb ik besloten om ook daar eens een sneeuwbuitje te laten vallen. Ik ga kijken naar wat ik wil bereiken alsof ik in een witte wereld sta. Zonder paden. Maar met één of twee medewandelaars ter inspiratie en om me scherp te houden. Zodat ik ga ontdekken welke nieuwe wegen ik kan en wil uitproberen.

Weerbericht

En om te voorkomen dat het weer twee jaar duurt voordat ik het laat sneeuwen, heb ik alvast een weerbericht in mijn agenda geplaatst. Dus op negen augustus 2021 verwacht ik een flinke sneeuwbui.

Wanneer verwacht jij je eerstkomende sneeuwbui? Ik wandel graag met je mee om je uit te dagen en te inspireren.

Van droom naar doel

Ik vind dat je je doelen en wensen ieder moment in het jaar kunt bepalen en nastreven. Maar ik geloof ook dat er een paar natuurlijke periodes zijn waarin je als vanzelf begint te reflecteren. Voor mij is de zomervakantie zo’n moment en ook de eindejaarsperiode triggert mijn zelfreflectie. Dus heb ik de afgelopen weken tijdens mijn dagelijkse wandeling teruggekeken op het afgelopen jaar. En bedacht waar ik allemaal tevreden over ben. Maar ook wat ik nog graag zou willen bereiken.

Frisse start

Over het bereiken van doelen las ik afgelopen weekend onder het thema “Frisse start” een paar mooie artikelen in NRC Handelsblad. Die mijn aanpak om mijn doelen te bereiken bevestigen. En dat vind ik prettig, zeker als het wordt ondersteund door verwijzingen naar wetenschappelijk onderzoek. Wat is dan die aanpak?

Wilskracht, bezieling en zelfrespect

Ik begon met een essay door Christiaan Weijts. Hij schrijft over zijn queeste om piano te spelen. Niet zomaar piano, hij had zichzelf ten doel gesteld het complete werk van Bach perfect te kunnen spelen. Lang verhaal kort: het is niet gelukt. Waarom niet? Omdat uit onderzoek blijkt dat we een beperkte voorraad wilskracht hebben. Dus als je een grote lijst van doelen hebt (bijvoorbeeld het complete werk van Bach en verhuizen en …), dan wordt jouw reservoir aan wilskracht vaak al bij het werken aan je eerste doel opgemaakt. En bij gebrek aan bezieling en zelfrespect, constateert Weijts, is je wilskracht helemaal snel uitgeput.

En een plan

In hetzelfde katern vertelt experimenteel psycholoog Sanne de Wit dat we niet teveel op onze wilskracht moeten rekenen als we ons gedrag willen veranderen. Mensen zijn gewoontedieren en het is niet makkelijk om gewoonten te doorbreken. Wil je dat toch doen, dan heb je een plan nodig. Zo concreet mogelijk en waarin je acties hebt gekoppeld aan triggers in je omgeving of aan tijdstippen. Want, zo zegt de Wit, “gedrag beklijft het beste als je het stevig verankert in de routines van je dagelijks leven”.

Bezieling is het begin

Ik geloof heilig dat elke verandering bij intrinsieke motivatie of bezieling begint. Wat is het dat ik écht wil bereiken? Welke droom heb ik? Eerder schreef ik al eens een blog met een oefening om scherp te krijgen welke verlangens je werkelijk hebt. Weijts zegt daarover “waar een wil is, is vooral een zijweg naar een andere, onderliggende wil”. Die onderliggende wil, daar gaat het om. Dat is het startpunt waarnaar je zoekt: de droom, het verlangen, het doel dat je werkelijk wilt bereiken.

Maar zonder plan kom je nergens

Alleen weten wat je wilt, brengt je nou niet meteen dichter bij dat doel. Daarom geloof ik minstens zo heilig in het hebben van een plan. Waarin niet alleen het doel scherp is geformuleerd, maar dat ook de acties bevat om daar te komen. Haalbaar en concreet. Zodat het bijna niet mis kan gaan. Waarbij je ook alvast bepaalt hoe jij je eigen plan zult gaan saboteren. Om voor je begint zoveel mogelijk kuilen en hobbels alvast glad te kunnen strijken.

Mijn droom bereiken

In de eindejaarsperiode reflecteerde ik en stelde mijn droom voor de komende tijd vast. De komende week staat voor mij in het teken van actie. Daarin maak ik mijn plan om van droom naar actie te komen. Zodat ik op mijn volgende reflectiemoment kan concluderen dat ik mijn doel ook echt heb bereikt.

Hoe bereik jij jouw top?

Vandaag was ik proefkonijn voor buitencoach Fleur. Met haar stem in mijn oren begon ik aan mijn dagelijkse wandeling. En binnen enkele minuten herinnerde ik me mijn beklimming van de Kilimanjaro, meer dan tien jaar geleden.

Wanneer gaan we nou?

Ik herinnerde me hoe we allemaal vol spanning en verwachting aan de klim begonnen. Op hetzelfde moment dat ik me ongeduldig afvroeg “wanneer gaan we nou?” realiseerde ik me dat we al onderweg waren. We waren vertraagd en nog eens vertraagd tot ik dacht dat het niet trager kon. En toen vertraagden we nog een beetje. Maar we bewogen wel vooruit.

De kortste route

Er zijn verschillende routes naar de top van de Kilimanjaro. De een langer dan de ander. Als je zoals ik vanaf zeeniveau komt, en vooraf geen hoogtegewenning hebt gedaan, dan is het devies ‘hoe langzamer hoe beter’. En dus geeft een langere route meer kans op het bereiken van de top dan de kortste route.

Je merkt het pas als je er al bent

Zo wandelend dacht ik terug aan andere momenten waarop ik pas na een tijdje onderweg te zijn ontdekte dat ik onderweg was. De keer dat een werkproces stroef bleef lopen tot het “plotseling” zonder problemen draaide. De intervisiebijeenkomst waarin we ons afvroegen wanneer we nou eindelijk eens zouden beginnen met de nieuwe aanpak en na enige reflectie ontdekten dat we de dingen al anders waren gaan doen. Langzaam maar zeker.

Vooruitgang door vertragen

Ik mijmerde al lopend over mijn drang om voortvarend aan de slag te gaan; hard te werken om mijn top te bereiken. Mijn voorkeur voor een stevige wandeling. Terwijl ik ook heb ervaren dat vertragen soms tot meer vooruitgang leidt dan versnellen. De stem van Fleur dwong mij vanmorgen mijn wandeltempo te vertragen. Nu, hier, achter mijn laptop, laat ik mijn gedachten gaan over welke top ik wil bereiken door te vertragen. En ik merk dat ik er al een paar bereikt heb, maar ze nog niet had gezien.

Hoe bereik jij jouw top? Door stevig aan te pakken of door te vertragen?


Nieuwsgierig naar Fleurs buitencoach-mp3? Dan moet je nog even geduld hebben, maar hier maak je alvast kennis met haar.

Online wel op je strepen staan?!

Toen de basisscholen dicht gingen ben ik de wekelijkse wiskundeles aan plusleerlingen online gaan geven met Zoom. Dat resulteerde in een zeer steile leercurve.

Open monden

Een stelletje negen- en tienjarigen kunnen je in tien minuten meer functionaliteit van Zoom laten zien dan een professionele cursus van een paar uur. Binnen de kortste keren wist ik hoe ze mijn scherm over konden nemen, hoe ze dwars door mijn tekst op het whiteboard konden schrijven, hoe namen konden worden aangepast, handen opgestoken, achtergrondjes veranderd en de microfoon (die ik net op mute had gezet) weer aangezet. Als kers op de taart eindigde de eerste les in een kijkje achter in de keel van alle deelnemende leerlingen, want je kunt zo leuk over de camera heen hangen met je mond wagenwijd open.

Op mijn strepen staan

Tijdens de tweede les had ik me beter voorbereid en wist ik hoe ik technisch de controle in eigen hand kon houden. Als host van de bijeenkomst kun je namelijk deelnemers verbieden hun scherm te delen, aantekeningen op jouw scherm te maken of geluid te maken. Je kunt ze zelfs de “klas” uitsturen. Zoom gaf mij strepen en ik ging daar op staan.

Maar is dat nu hoe ik om wil gaan met anderen? Mijn behoefte aan rust en ruimte in de les verwezenlijken door hen mijn wil op te leggen?

Even terugspoelen

Normaal gesproken begin ik het schooljaar met een gesprek over wat er nodig is om een goede les te hebben. En dan spreken we wat dingen met elkaar af, zoals om de beurt praten en daarom je vinger opsteken als je iets wilt zeggen, elkaar uit laten praten, op tijd zijn, je spullen bij je hebben, goed voorbereid zijn. Dingen die voor alle deelnemers gelden, zowel de docent als de leerlingen. Ik had er niet bij stil gestaan dat de situatie dusdanig veranderd is dat nieuwe afspraken nodig zijn. Zodat we weten hoe we virtueel onze vinger op kunnen steken, geen storende geluiden maken en wat er verder nog nodig is om een goede videoles te hebben.

Nieuwe afspraken

En dus vroeg ik wat iedereen nodig heeft om er een goede les van te maken. We maakten nieuwe afspraken waardoor het prettig communiceren is. En verrijken de wiskundeles door ons niet te beperken tot de videoles, maar ook een wiskundechatkanaal in Teams te gebruiken. Zodat ik in dezelfde tijd die ik normaal gebruik om naar school te gaan, les te geven en weer naar te huis gaan, meer kan betekenen voor de kinderen. En we samen nog meer plezier in wiskunde hebben.

Streeploos

Ondertussen heb ik verscheidene Zoombijeenkomsten gehouden met volwassenen en de vruchten kunnen plukken van de wiskundelessen. Ik weet wat ik nodig heb om een sessie goed te kunnen faciliteren en ik weet dat het helpt om vooraf wat spelregels te bepalen. Zodat we inspirerende en nuttige bijeenkomsten kunnen hebben. Zonder dat iemand strepen hoeft in te zetten.

Legitiem excuus wordt smoesje

Vlak na de herfstvakantie bevond ik me plotseling op de eerstehulpafdeling van het ziekenhuis. Ons tienjarige kind werd opgenomen en aan het einde van die eerste dag werd het duidelijk: ze heeft diabetes type 1.

Laten vallen wat er niet toe doet

We lieten alles wat er niet toe deed uit onze handen vallen en richtten ons op wat nodig was (voor wie wil weten wat dat ongeveer is: https://www.diabetesfonds.nl/over-diabetes/soorten-diabetes/diabetes-type-1).

Begrip

Dat wat er even niet toe deed begon er al snel weer toe te doen. We hadden contact met onze opdrachtgevers en collega’s om afspraken aan te passen, werkzaamheden tijdelijk over te dragen en pakten de belangrijkste dingen zelf weer op. Er was begrip voor de situatie.

Legitiem excuus

Eerder schreef ik al eens over smoesjes die je gebruikt om lastige dingen uit de weg te gaan. Die je beletten de doelen te bereiken die je belangrijk vindt. Hoe je jezelf soms bij de haren moet grijpen om de smoesjes te herkennen en te overwinnen. En nu staart mij een legitiem excuus in de ogen dat ik er van begin te verdenken dat het langzaam in een smoesje verandert.

Wanneer is iets een smoesje

Ik ontdekte dat iets wat vandaag een legitiem excuus is, morgen een smoesje kan zijn en overmorgen toch weer een legitiem excuus. Dat er dingen zijn die niet zo eenduidig in het bakje “smoesjes” kunnen worden gestopt. Omdat ze de ene dag voortdurend je gedachten belagen en de andere dag vergeten lijken. Of dat processen gisteren vlekkeloos verliepen, maar vandaag allerlei hobbels opwerpen waardoor je steeds brandjes aan het blussen bent.

Wie bepaalt dat..

Nog ingewikkelder wordt het dat in mijn hoofd ook de denkbeeldige stemmen van mijn omgeving een duit in het zakje doen. “ze vragen zich vast af hoe lang je je hier druk over kunt maken”, “ze vinden natuurlijk dat ze me ruimte moeten geven, maar voelen zich toch in de steek gelaten”. Weinig helpend natuurlijk, maar zeg dat maar eens tegen mijn hoofd!

..  en maakt dat eigenlijk uit?

Het helpt mij niet om me voortdurend af te vragen of ik stiekem een smoesje heb gemaakt van een goede reden om bepaalde dingen te laten. Dus heb ik rust voor mezelf gecreëerd door in mijn agenda een paar ijkmomenten te plannen. Op die momenten mag ik mezelf kritisch bevragen over mijn motieven om dingen wel en vooral ook niet te doen. Voor de tussenperiodes heb ik mezelf toestemming gegeven om smoesjes te gebruiken. Waardoor het niet meer uitmaakt of het nou wel of geen legitiem excuus is.

Hopen op een smoesje

Eigenlijk hoop ik me zo snel mogelijk te realiseren dat dit excuus niet langer mijn doen, laten en denken beheerst. Dat de hobbels geen reusachtige beren meer lijken en de processen grotendeels soepel verlopen. Dat het gewoon een smoesje is geworden.

Ik-boodschappen

Het klinkt zo mooi: als je dingen in een ik-boodschap verpakt dan kan niemand daar iets tegen inbrengen.Want waar een jij-boodschap naar de ander wijst, hou je het met een ik-boodschap bij jezelf. Dan kan degene die de ik-boodschap ontvangt er niet omheen als hij door jou wordt aangesproken op gedrag waar jij last van hebt. En die persoon gaat dan zijn gedrag aanpassen.

“Laat ik het bij mezelf houden: ik vind dat dit project slecht wordt aangepakt, de activiteiten moeten veel beter op elkaar aansluiten”.

Was het maar zo simpel

Het uitgangspunt dat je een ander het beste kunt confronteren met een ik-boodschap is goed. Mensen ontvangen niet graag jij-boodschappen omdat die als beschuldiging, vernedering of kritiek kunnen worden opgevat. Met een jij-boodschap vertel je ook vaak aan de ander wat hij zou moeten doen en de meeste mensen bedenken dat liever zelf.  Jij-boodschappen leiden dan ook zelden tot een verandering van het gedrag dat jij niet OK vindt.

Verpakte jij-boodschap

Waar het vaak misgaat is dat de ik-boodschap eigenlijk helemaal geen ik-boodschap is. De voorbeeldzin bovenaan deze blog is een voorbeeld van een verpakte jij-boodschap. Je kunt verpakte jij-boodschappen vaak herkennen aan de woorden “ik vind dat” waarmee ze beginnen. Meestal komt daarachter een boodschap die iets zegt over de ander. De zin “ik vind dat je de verkeerde aanpak hebt gekozen” zegt helemaal niet iets over jezelf, maar over de ander. En door het woord “je” weg te laten uit de zin, wordt het niet minder een jij-boodschap.

Hoe ziet een echte ik-boodschap er dan uit?

Een echte ik-boodschap bestaat uit drie G’s: Gedrag, Gevolg en Gevoel. In je ik-boodschap beschrijf je het feitelijke gedrag, zonder daarin een oordeel en/of een beschuldiging te stoppen. Ook beschrijf je het concrete, tastbare gevolg dat jij ondervindt van het gedrag. En ten laatste verwoord je je onderliggende gevoelens.

“Je hebt het projectteam niet om input gevraagd over de aanpak. Daardoor sluiten de activiteiten niet op elkaar aan en moet ik in het weekend doorwerken om de deadline te halen. Ik voel me geïrriteerd en boos.”

Simpel?

Op papier wel, in de praktijk blijkt het nog best even puzzelen om de juiste woorden te kiezen. Het vraagt zelfkennis: Waarom vind ik dit eigenlijk zo vervelend? Wat is nu precies het concrete gevolg voor mij? Vragen waarvoor je soms wat dieper moet graven om het antwoord te vinden.

Nauwgezet het recept volgen

Maar als je een ik-boodschap geeft volgens het juiste recept, dan kan de ander daar inderdaad weinig tegen  inbrengen, de boodschap gaat immers over jouw gevoel en het gevolg voor jou. Of het er met 100% zekerheid toe leidt dat de ander zijn gedrag aanpast is een heel andere vraag. Daarover meer in een volgend blog.

Echt veranderen: hoe doe je dat?

Eens nam ik in het kader van een veranderprogramma deel aan een leiderschapstraining over “confronteren”. We waren het roerend eens: ons bedrijf zou effectiever zijn als we elkaar vaker zouden aanspreken op onacceptabel gedrag. Tegelijkertijd stelden we vast dat we de reactie van de ander soms zo vrezen dat we de confrontatie maar bij voorbaat uit de weg gaan. Of dat we de ander zo omzichtig aanspreken dat de boodschap niet over komt.

Vanaf nu doen we het anders

Goed, dat gingen wij vanaf nu dus anders doen. We keken elkaar diep in de ogen en beloofden dat we bij de eerstvolgende situatie over onze schroom heen zouden stappen en de confrontatie aan zouden gaan. Je voelt het misschien al aankomen: er veranderde niks.

De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen

Hoe komt het dat je met goede bedoelingen vaak niet verder komt dan die bedoeling? Brene Brown heeft in haar onderzoeken ontdekt dat je makkelijker een risico durft te nemen als je weet hoe je weer op kunt staan als je onverhoopt ten val komt. Ze vergelijkt het met parachutisten; die besteden voor hun eerste sprong veel tijd aan het oefenen met springen van een keukentrapje en leren dan hoe ze kunnen landen zonder zichzelf te bezeren. 

Wat heb je nodig om te veranderen

Het is een beetje een open deur, maar om te veranderen zijn “willen” en “kunnen” nodig.  Veranderprogramma’s die zich op één van deze twee richten, hebben minder kans van slagen dan wanneer aan beide aspecten wordt gewerkt. Om de goede bedoelingen om te zetten in actie is het belangrijk dat jij en je medewerkers de daarvoor noodzakelijke praktische vaardigheden leren.

Het keukentrapje op

Ik geloof in oefenen met nieuw gedrag of vaardigheden en zodat je leert hoe je dat doet zonder jezelf (of de ander) te bezeren. Voor je de verandering in de praktijk van het echte leven brengt, moet je tijd besteden aan het leren van de techniek waarmee de kans op een slechte landing zo klein mogelijk wordt. Maar ook aan wat je kunt doen om weer op te staan als je toch een keer valt. En vooral ook aan het oefenen met voorbeeldsituaties waarin de valhoogte beperkt is. Springen vanaf het keukentrapje dus.

Confronteren kun je leren

Terug naar het voorbeeld van confronteren. Als je iemand aanspreekt met behulp van een technisch juist geformuleerde ik-boodschap en overschakelt op actief luisteren als de boodschap niet helemaal lekker valt, dan zal je merken dat confronteren helemaal niet zo eng meer is. En dan is de goede bedoeling omzetten in actie nog maar een kleine stap.

Voor de organisatie waar ik werkte heeft het veranderprogramma onvoldoende effect gehad omdat te weinig aandacht is gegeven aan het leren van de benodigde vaardigheden. Wil jij wél een echte verandering in jouw organisatie? Eén waardoor medewerkers eerlijker met elkaar communiceren, ook als het een lastige boodschap betreft? Neem dan contact op voor de mogelijkheden.

Smoesjes

Ik probeer mijn kinderen de waarden die ik belangrijk vind voor te leven. Dus als ze bij de slager een stukje worst kregen, of bij de bakker een halve krentenbol, dan zei ik “dank je wel”. En na verloop van tijd gingen ze dat ook zelf zeggen. Soms spontaan, soms nadat ik ze had verteld dat als je iets krijgt en daar blij mee bent, je dat niet alleen kunt laten blijken door een blij gezicht, maar ook door dank je wel te zeggen.

Spannend

Er zijn momenten dat ze iets niet zo goed durven. Bijvoorbeeld aan de juf vragen of ze alsjeblieft een ander boek mogen lezen omdat ze het boek dat ze hadden gekozen toch echt heel stom blijken te vinden. Of de eerste keer naar een proefles voor een nieuwe sport. Er zijn allerlei redenen te bedenken om die proefles toch maar niet te doen . Met als belangrijkste argument dat deze sport waarschijnlijk toch niet zo leuk zal zijn.

Ook spannend

Een tijdje geleden werd ik uitgenodigd voor een leuke netwerkbijeenkomst. Ik meldde me enthousiast aan. Maar toen de datum van de bijeenkomst dichterbij kwam, kwamen er allerlei redenen bij me op die me vertelden dat het helemaal geen goed idee was om erheen te gaan. Eigenlijk had ik geen tijd, het programma was ook niet zo interessant en het was ook nog eens een heel eind rijden.

Uitvluchten en smoesjes

Ineens besefte ik dat precies aan het doen was wat ik probeer mijn kinderen “af te leren”. En ik bedacht me dat als ik van hen vraag om toch over al die drempels heen te stappen, ik dat zelf moet voorleven. Dus tijdens het avondeten vertelde ik dat ik later die week een bijeenkomst had. Die hartstikke leuk en nuttig is en waar ik dus heel graag heen wilde, maar waar ik tegelijkertijd een beetje tegenop zag. Omdat ik er niemand kende en vreesde dat ik in mijn eentje in een hoekje zou staan. En dat ik allerlei redenen aan het bedenken was om er toch maar niet heen te gaan.

Hulp

Ik vroeg aan hen of ze me wilden helpen. Als ik met een reden zou komen waardoor ik niet naar de bijeenkomst zou kunnen, zouden zij me dan willen vragen of dat misschien een smoesje was? En me willen vertellen dat het spannend is, maar dat ik er graag heen wilde omdat het me nieuwe vrienden op kan leveren?

Je smoesje herkennen

Het interessante is dat ik vanaf dat moment bij elke keer dat ik een goede reden had om niet te gaan, zelf al dacht: dat is dus een smoesje!  Ik deelde de smoesjes met mijn kinderen en ze beaamden elke keer: maar je gaat er toch heen, hè mama, want het is leuk en nuttig en je wilt er heel graag heen.

Wat weegt het zwaarst?

Dus ging ik naar de netwerkbijeenkomst, met een gespannen gevoel in mijn buik. En het was leuk en nuttig. Maar bovenal was het een overwinning op mezelf. En ik weet nu dat het helpt om de onzekerheden en belemmeringen die ik voel te bespreken. Zodat ik ze kan benoemen voor wat ze zijn: smoesjes. En smoesjes wegen minder zwaar dan mijn doelen en ambities.