Sorry

‘Waarom verontschuldig je je steeds?’ vroeg president Winterzee. ‘Het is een nare gewoonte van meisjes, en je moet er meteen mee stoppen.’

Uit: “Spookpokken – De jacht op Morrigan Crow” door Jessica Townsend

Deze zin, die ik voorlas aan mijn jongste dochter, intrigeerde me. Te vaak sorry zeggen is niet effectief. En dat geldt niet alleen voor meisjes. Ik peinsde even verder over de vraag of dit voor mijn dochter geldt. In mijn hoofd hoorde ik haar zeggen “sorry hoor”. Probeer de toon er bij te horen, met de nadruk op het woordje ‘hoor’ en je voelt dat ze helemaal geen verontschuldiging bedoelt. Ook een nare gewoonte. En niet effectief.

Sorry kent veel verschijningen

‘Sorry’ komt dus in verschillende vormen. Voor veel mensen, en als ik de onderzoeken mag geloven zijn dat vaker vrouwen dan mannen, is zichzelf verontschuldigen een gewoonte geworden. Deze mensen zeggen veelvuldig sorry, ook als er iets gebeurt dat helemaal hun schuld niet is. En waarvoor een verontschuldiging niet op zijn plaats is.

Ondergeschikt

Door je steeds te verontschuldigen, maak je jezelf ondergeschikt aan de ander. Wek je de suggestie dat je iemand bent waar anderen vooral geen last van mogen hebben. Met als gevolg dat je een grotere kans hebt over het hoofd gezien of overheen gewalst te worden. Een sub-assertieve vorm van communicatie.

Sorry hoor

Een andere vorm is de eerder genoemde ‘sorry hoor’. Een plichtmatig en agressief gebruik van een verontschuldigend woord op een toon en manier die eigenlijk zegt dat de ander zich niet moet aanstellen. Waarmee je de suggestie wekt belangrijker te zijn dan de ander. Met als gevolg dat je een grotere kans hebt dat anderen je gaan mijden of angstig voor je worden.

Zo kan het ook

Het kan ook zonder sorry. Met een ik-boodschap of empathisch luisteren kun je laten weten dat iets je spijt en dat je de gevoelens van een ander ziet. Dus als je te laat komt in een vergadering, kun je zeggen “Ik vind het vervelend dat je op me moest wachten”. En tegen een collega wiens analyse je van kritische feedback hebt voorzien zeg je bijvoorbeeld “Ik zie dat je baalt van mijn opmerkingen, volgens mij heb je hard aan deze analyse gewerkt en ben je teleurgesteld dat het nog niet goed genoeg is”.

Sorry

Maar als je letterlijk op iemands tenen trapt, is een doodnormale sorry op zijn plaats (waarbij een beetje empathie de boodschap krachtiger maakt): “Sorry! Ik zie aan je dat het pijn doet, het spijt me”.

Online wel op je strepen staan?!

Toen de basisscholen dicht gingen ben ik de wekelijkse wiskundeles aan plusleerlingen online gaan geven met Zoom. Dat resulteerde in een zeer steile leercurve.

Open monden

Een stelletje negen- en tienjarigen kunnen je in tien minuten meer functionaliteit van Zoom laten zien dan een professionele cursus van een paar uur. Binnen de kortste keren wist ik hoe ze mijn scherm over konden nemen, hoe ze dwars door mijn tekst op het whiteboard konden schrijven, hoe namen konden worden aangepast, handen opgestoken, achtergrondjes veranderd en de microfoon (die ik net op mute had gezet) weer aangezet. Als kers op de taart eindigde de eerste les in een kijkje achter in de keel van alle deelnemende leerlingen, want je kunt zo leuk over de camera heen hangen met je mond wagenwijd open.

Op mijn strepen staan

Tijdens de tweede les had ik me beter voorbereid en wist ik hoe ik technisch de controle in eigen hand kon houden. Als host van de bijeenkomst kun je namelijk deelnemers verbieden hun scherm te delen, aantekeningen op jouw scherm te maken of geluid te maken. Je kunt ze zelfs de “klas” uitsturen. Zoom gaf mij strepen en ik ging daar op staan.

Maar is dat nu hoe ik om wil gaan met anderen? Mijn behoefte aan rust en ruimte in de les verwezenlijken door hen mijn wil op te leggen?

Even terugspoelen

Normaal gesproken begin ik het schooljaar met een gesprek over wat er nodig is om een goede les te hebben. En dan spreken we wat dingen met elkaar af, zoals om de beurt praten en daarom je vinger opsteken als je iets wilt zeggen, elkaar uit laten praten, op tijd zijn, je spullen bij je hebben, goed voorbereid zijn. Dingen die voor alle deelnemers gelden, zowel de docent als de leerlingen. Ik had er niet bij stil gestaan dat de situatie dusdanig veranderd is dat nieuwe afspraken nodig zijn. Zodat we weten hoe we virtueel onze vinger op kunnen steken, geen storende geluiden maken en wat er verder nog nodig is om een goede videoles te hebben.

Nieuwe afspraken

En dus vroeg ik wat iedereen nodig heeft om er een goede les van te maken. We maakten nieuwe afspraken waardoor het prettig communiceren is. En verrijken de wiskundeles door ons niet te beperken tot de videoles, maar ook een wiskundechatkanaal in Teams te gebruiken. Zodat ik in dezelfde tijd die ik normaal gebruik om naar school te gaan, les te geven en weer naar te huis gaan, meer kan betekenen voor de kinderen. En we samen nog meer plezier in wiskunde hebben.

Streeploos

Ondertussen heb ik verscheidene Zoombijeenkomsten gehouden met volwassenen en de vruchten kunnen plukken van de wiskundelessen. Ik weet wat ik nodig heb om een sessie goed te kunnen faciliteren en ik weet dat het helpt om vooraf wat spelregels te bepalen. Zodat we inspirerende en nuttige bijeenkomsten kunnen hebben. Zonder dat iemand strepen hoeft in te zetten.