Niet polderen maar echte winwin

Opeens komt je collega met een heel ander voorstel en voel je je hakken in het zand gaan. Jij gaat niet wijken en blijft dus bij je standpunt. Na een lange discussie besluit jullie leidinggevende alles overwegende jouw aanpak te kiezen; jullie gaan het project uitvoeren op de door jouw voorgestelde manier. Twee maanden later is het project vastgelopen en vraag je je vertwijfeld af waarom je collega’s zo slecht meewerken – er was immers gekozen voor de beste aanpak?

Polderen

Ander scenario: Na een lange discussie ga je akkoord met een deel van het voorstel van je collega-manager, onder de voorwaarde dat het belangrijkste onderdeel uit jouw voorstel ook wordt opgenomen in het projectplan. Redelijk tevreden zet je je team aan de slag en twee maanden later blijkt het projectresultaat niet helemaal aan te sluiten bij de verwachtingen.  Zuchtend stel je vast dat jullie opnieuw moeten beginnen, zoals je eigenlijk al had verwacht.

Waarom lopen groepsbesluiten zo vaak mis?

Velen van ons zijn opgegroeid met de gedachte dat je moet winnen om te kunnen bereiken wat je wilt. Met het idee dat er alleen maar winnaars en verliezers zijn en als jij geen winnaar bent, dan ben je dus een verliezer. En wie wil er nu een verliezer zijn?

Luisteren om te scoren

Het gevolg is dat er niet goed geluisterd wordt. Niet echt. Je luistert om te kunnen reageren op de ander, zodat je jouw punt nogmaals kunt maken. En je luistert te weinig naar dat stemmetje in jezelf dat het voorstel van de ander eigenlijk best goed vindt, of de door de ander benoemde zwakheden in jouw verhaal wel herkent. Maar als je naar dat stemmetje zou luisteren en er naar zou handelen, zou je wel eens het pleit kunnen verliezen. En wie wil er nu een verliezer zijn?

Polderoplossing

Door deze win-verliesmentaliteit kost besluitvorming soms meer tijd dan nodig en resulteert het vaak in een sub-optimaal besluit. Bijvoorbeeld omdat er een polderoplossing is gekozen, waarin iedereen iets krijgt en we allemaal winnaars denken te zijn maar ook voelen dat we tegelijkertijd iets hebben verloren. Of omdat de grootste schreeuwer haar zin heeft gekregen en er onvoldoende oog is geweest voor de stillere collega wiens waarschuwing voor een mogelijk probleem werd weggewuifd.

Wijsheid van de minderheid

Volgens de theorie van Deep Democracy is het belangrijk de wijsheid van de minderheid mee te nemen in de besluitvorming. Vanuit de overtuiging dat de krachtigste besluiten ontstaan door de aanwezige diversiteit aan kennis, talenten, ervaringen en emoties te combineren. Maar hoe breng je dat dan in de praktijk?

Win-win: zo doe je dat

De Gordonmethode biedt een praktische oplossing: de win-winmethode, ook wel  eens de geenverlies- of overlegmethode genoemd. Die begint bij bereidwilligheid van alle partijen om samen tot een goed en door iedereen, dus ook de minderheid, gedragen besluit te komen. Via samen brainstormen over mogelijke oplossingen en het vervolgens goed evalueren van elke oplossing om de beste te kiezen, kom je uit bij het maken van afspraken over de manier waarop je de oplossing of aanpak gaat implementeren. En spreek je af wanneer en hoe je zult evalueren of de aanpak nog steeds de beste is.

Is dat alles?

Ja en nee. Iedereen kan deze methode toepassen, maar het verloopt soepeler als je daarbij de vaardigheden actief luisteren en het inzetten van ik-boodschappen goed onder de knie hebt. Soms heeft iedereen zich zo diep ingegraven achter zijn eigen oplossing, dat het moeilijk is om nog open te staan voor het zoeken naar een andere, gezamenlijke oplossing. Dan kan het helpen om een onafhankelijke facilitator te vragen het proces te begeleiden.

Wil jij ook graag dat jouw team samen tot de beste aanpak komt? Verlang je ernaar conflicten op te lossen op een manier zodat niemand verliest? Dan is de workshop Conflictoplossing iets voor jou. Meer behoefte aan een individuele aanpak? Neem dan contact op en we bespreken de mogelijkheden.

Druk van de ketel

Je herinnert je vast nog wel een vergadering waar je geïrriteerd en boos uitliep. Omdat er een verkeerd besluit was genomen, er niet naar je geluisterd werd of omdat die ene collega maar onzinnige dingen bleef verkondigen. Je komt terug op je werkplek en een collega vraagt hoe de vergadering was. En het enige wat je kunt doen is foeteren: het was een slechte vergadering, je collega is een sufkop en het management weet niet wat het aan het doen is.

Stoom afblazen

Dat foeteren is nodig. Het is niet meer dan stoom afblazen om de druk te halen van de ketel die je hoofd op dat moment is. Maar kan het ook handiger? Want je realiseert je waarschijnlijk ook dat je tijdens die ergerniswekkende vergadering geen effectieve inbreng meer had.

Wat er gebeurt in je hoofd

Eerst even wat theorie. Je kunt je hoofd zien als een ballon waarin je denken en voelen in balans zijn.

Stel nu dat er iets gebeurt waardoor je uit balans raakt: iemand zegt of doet iets wat je vervelend vindt, waardoor je wordt gekwetst of waar je van schrikt. Op dat moment neemt in die ballon het gevoel de overhand.

Een ketel onder druk

Als je gevoel de overhand neemt is er weinig plek over voor de ratio, waardoor je minder goed in staat bent om te denken. Iemand die jou op dat moment jou op je ratio aanspreekt, bijvoorbeeld door nieuwe feiten op tafel te leggen, andere argumenten in te brengen of vragen te stellen, zal merken dat je daar niet voor open staat. Vaak hoor je het zelfs letterlijk niet. Het is dus goed mogelijk dat, vanaf het moment dat  jouw ergernis ontstond, je niet meer zo goed weet wat er in de vergadering nog precies gebeurde.  En dat jouw inbreng voornamelijk bestond uit steeds feller je gelijk proberen te behalen.

Stoom afblazen dus

Eerst zal het gevoel moeten worden aangesproken, zodat je je kunt ontladen. Het ventieltje van de ballon openen om het teveel aan emotie te laten ontsnappen.

Of zoals ook wel wordt gezegd: stoom afblazen. Om de druk van de ketel te halen en de emotie te laten zakken. Zo ontstaat weer ruimte in je hoofd voor de ratio.

OK, maar hoe doe ik dat dan?

Er zijn drie dingen nodig om zelf de balans in je hoofd weer terug te krijgen: herkennen, oorzaak achterhalen en benoemen.

Herkennen

Het begint bij herkennen dat het gebeurt. Let maar eens goed op jezelf tijdens besprekingen. Wanneer word je onrustig, krijg je het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt, ga je steeds hartstochtelijker uitleggen waarom jouw idee het beste is of trek je je zelf juist terug uit het gesprek?

Oorzaak achterhalen

Vervolgens ga je bij jezelf na wat er toe leidde dat je emotie de overhand kreeg. Kwam het door die collega die je onderbrak voor je was uitgesproken? Of doordat je leidinggevende zonder toelichting je idee terzijde schoof? Of omdat degene die naast je zat geen koffie voor je inschonk en dat wel deed voor zijn andere buurman?

Benoemen

Vervolgens haal je de druk van de ketel door je emotie te benoemen. “Jij laat me niet uitspreken, zodat ik mijn inbreng in dit gesprek niet kan doen. Ik heb het gevoel dat ik mijn tijd zit te verspillen aan een gesprek waaraan ik niets kan bijdragen.” Of: “Je legt niet uit waarom je mijn idee afwijst. Daardoor weet ik niet hoe ik mijn idee kan verbeteren. Het voelt zinloos om nog nieuwe ideeën aan te dragen.” De eerste keren kan dit best spannend en ongemakkelijk voelen, maar je zult merken hoe weinig er eigenlijk nodig is om weer in balans te komen.

Een ander helpen stoom af te blazen

Soms zie je bij iemand anders de balans in de ballon verschuiven naar emotie. Bijvoorbeeld de medewerker die jij aanspreekt op zijn of haar gedrag. Of bij de collega wiens argumenten je in jouw enthousiasme over je eigen idee zonder nadere toelichting van tafel veegt. In dat geval kun je de ander helpen om stoom af te blazen door actief te luisteren[1] en te laten weten dat je ziet dat de ander schrikt of teleurgesteld is. Tijdens de vergadering of daarna in een één-op-één setting.

Minder foeteren

Naarmate je dit vaker doet, zal je ontdekken dat je de signalen van oplopende druk steeds eerder herkent.  Je kunt dan ook vroegtijdig een klein beetje stoom laten ontsnappen om weer in balans te komen. Je komt dan minder vaak met een hoofd vol emotie uit een bespreking en hoeft minder te foeteren. En hoewel een beetje foeteren op zijn tijd best lekker is, is minder hoeven foeteren nog fijner.


[1] Daar schreef ik al eerder een blog over: https://spaarnheuvel.nl/luisterkunst/

Luisterkunst

Mijn tienjarige dochter tekende dit oog. Een heel realistisch oog waarin veel details kloppen. En dat het resultaat is van veel oefenen: verschillende technieken uitproberen en kijken naar hoe beroemde kunstenaars een oog tekenen. Net zolang tot het gewenste resultaat werd bereikt. En ook na dit oog volgden er nog vele versies. Sommigen minder geslaagd, maar de basisversie wordt nog steeds beter.

De kunst van het luisteren

Luisteren1 is een kunst. Net als het leren bespelen van een muziekinstrument, het beoefenen van een sport of het tekenen van een realistisch oog.  Een kunst leren gaat gepaard met vallen en opstaan (ik herinner me de huil- en driftbuien waarin weer een tekening werd verscheurd maar al te levendig). Ook waarlijk luisteren zodat de ander zich gehoord voelt, vraagt vaardigheid, inzet en zelfreflectie. 

Waarlijk luisteren

Wat we vaak doen als we naar iemand luisteren, is tegelijkertijd alvast een antwoord of reactie formuleren. We wachten tot de ander stopt met praten zodat we zelf weer kunnen praten. Luisteren met bijbedoelingen is dat. Waarlijk luisteren is gericht op het begrijpen van de ander, op basis van wat die zegt, én niet zegt. Om zeker te weten dat je de ander begrijpt, geef je jouw “vertaling” van dat wat je hoorde terug. Met als bijkomend effect dat je gesprekspartner zich begrepen en gehoord voelt.

De techniek: actief luisteren

Om goed te kunnen luisteren, is het belangrijk dat je de tijd neemt en alle doelen behalve het begrijpen van de ander parkeert. Ook het vormen van een oordeel over dat wat de ander zegt moet je (tijdelijk) uitschakelen. Deze luistertechniek noemen we actief luisteren. De techniek is actief omdat je niet alleen knikt en humt, maar actief vertaalt wat je hoort en dat uitspreekt om bij de ander te toetsen of je het goed begrepen hebt.

Actief luisteren kun je leren

Als je geen autodidact bent, dan kun je je in luisteren bekwamen door te oefenen , te reflecteren op de minder geslaagde versies en door les te nemen. Bijvoorbeeld door het volgen van een training gebaseerd op het communicatiemodel van Thomas Gordon. Ga je liever zelfstandig aan de slag? Kijk dan hoe anderen het doen, ga veel oefenen, vraag feedback en reflecteer  op je eigen minder geslaagde versies en oefen weer verder. Want het spreekwoord is niet voor niets: oefening baart kunst.


1. Wellicht ten overvloede: luisteren ≠ gehoorzamen. Veel ouders en leerkrachten die stellen dat kinderen niet luisteren, bedoelen eigenlijk dat kinderen niet doen wat hen gevraagd of opgedragen wordt. Is niet hetzelfde.